Stress/burnout
De meeste onderzoekers beschrijven het burn-out syndroom als een reactie op langdurige emotionele en sociale stressfactoren op het werk.
Het syndroom wordt gewoonlijk vastgesteld op basis van drie zaken: emotionele uitputting, depersonalisatie en verminderde persoonlijke prestatie.
Bij een hoge werkbelasting nemen de burn-out symptomen toe, vooral de emotionele uitputting. Emotionele uitputting is het gevoel dat alle energie uit je is weggezogen.
Als mensen dit gevoel ervaren proberen ze hier mee om te gaan door te onthechten. Ze houden een emotionele afstand tussen hen en anderen. Deze losmaking kan voorkomen in de vorm van een onverschillige houding tegenover anderen, maar mensen met burn-out ontwikkelen ook vaak vijandige interacties met anderen.
Een andere reactie die veel voorkomt is het verlagen van de werkbelasting. Burn-out patiënten staan er bekend om werk te vermijden, taken die ze als stressvol ervaren niet te doen en taken die ze als minder stressvol ervaren meer te doen.
Deze reacties veroorzaken een daling van de werkprestatie, zowel kwalitatief als kwantitatief. De persoon gaat zich hierdoor schuldig voelen en ontwikkelt een zelf-kritische houding.
Afgekoelde vriendschappen en relaties met anderen, samen met de zelf-kritische houding, veroorzaken meer emotionele uitputting, die op zijn beurt weer ongunstige reacties tot gevolg heeft. Het burn-out syndroom is dus een vicieuze cirkel, die begint bij emotionele uitputting.
Onderzoekers nemen aan dat bij mensen met burn-out verschijnselen de hersenen in meer of mindere mate zijn ontregeld.
Met neurofeedback kunnen de hersenen worden getraind waardoor de energie weer toeneemt en de klachten verminderen.